Hoe maak je een goede krant?

In de huidige tijd, waarin de grote media er nauwelijks in slagen het hoofd boven water te houden, vragen velen zich af hoe je een goede krant maakt. De vraag slaat niet alleen op de te kiezen inhoud, maar ook op het rendabel maken en het dilemma tussen een gedrukte of digitale uitgave. Er bestaan geen duidelijke formules. Kleine websites worden – in kort tijdsbestek – opgericht als informatieve naslagwerken, terwijl de nieuwsgiganten in de rode cijfers duiken en lezers verliezen. Niemand kan met zekerheid zeggen hoe de media van de toekomst eruit zien.

Gewend als we zijn om op technologisch gebied grote sprongen te maken, zullen wij Cubanen zeer waarschijnlijk overstappen van een enkel staatsmedium, gemonopoliseerd door een politieke partij, naar een verscheidenheid aan informatiekanalen die doordrukken om aandacht te krijgen. De dag dat niet door de overheid gecontroleerde kranten toegestaan worden, zullen verschillende publicaties – vandaag nog clandistien – openlijk gelezen kunnen worden en zelfs verkocht worden in de kiosken. Hoewel dit op dit moment nog niet het geval is, loont het de moeite om zich hierop voor te bereiden.

Als ik ten minste een onmisbare karakteristiek van de pers zou mogen aandragen, zou ik kiezen voor de interactie met het publiek. De nauwe relatie tussen de redacteur van de informatie en de ontvanger daarvan, is essentieel om te voldoen aan eisen van de moderniteit en de objectiviteit. Juist op deze dagen, waarin we in Havana de laatste hand leggen aan een nieuw digitaal medium, zou het ons enorm helpen om uw meningen te horen. Zonder u, wordt het slechts een van de vele informatiekanalen die voor zich zelf spreekt, vergankelijk en zonder relevantie.

Vandaar dat ik terugkeer naar de oorspronkelijk vraag: Hoe maak je een geode krant? Welke thema’s zou u behandeld willen zien op haar pagina’s? Welke katernen zijn de moeite waard om te worden opgenomen op de site? Hoe kunnen we u betrekken bij het creëren van de inhoud? Met welke lay-out moeten we absoluut werken? Een of ander format of voorbeeld dat we moeten volgen? En de grote vraag: kan men een kwaliteitskrant maken onder de huidige omstandigheden in Cuba?

U kunt uw reactie hieronder achterlaten, via de debatmodule Dontknow of via de contactpagina. Op voorhand dank voor uw hulp bij het vormgeven van deze baby nog voordat het geboren is!

Alamar en hiphop

Laten we naar Alamar gaan! Dat zei mijn moeder en wij gingen op pad om enkele familieleden te bezoeken die in dat zogenaamde “Siberië” woonden. We kwamen aan in een wijk met lelijke gebouwen, onafgewerkt en neergeplempt in een grasveld zonder enige orde of samenhang. Wij speelden met andere kinderen tussen die betonnen blokken en het hoge gras dat eromheen groeide. Het rook er naar zee en ook naar verveling. Het had de stad van de “nieuwe mens” moeten zijn, maar er bleef nauwelijks meer over dan een mislukt architectonisch experiment.

Alamar is, ondanks haar urbanistische tekortkomingen, een kweekvijver geweest voor een levendige en non-conformistische muziekstroming: de hiphop. In haar amfitheater werden enkele van de meest gedenkwaardige alternatieve concerten gegeven die het eiland ooit heft gezien. Harde liedjes, gemaakt met de taal van alledag en de po‘zie van de straat. Rapwedstrijden waarin geen wapens of vuistslagen voorkwamen, maar een uitwisseling van woorden en rijm. Hoe komt het dat die “laboratoriumstad” eindigde als een couveuse voor rebelse teksten? Wat gebeurde er met de overwinningshymnes dat ze het aflegden tegen de ondermijnende lyrics van de overlevingskunst?
Wat er gebeurde, was dat de werkelijkheid zich opdrong. Alamar werd van alle wijken in Havana het hardst getroffen door de economische teloorgang van de Speciale Periode. Ze zag duizenden inwoners vertrekken tijdens bootvluchtelingencrisis van 1994 en leed onder zeer lange periodes zonder elektriciteit vergezeld door overvallen en andere gewelddadigheden. De Russische technici vertrokken, krakers bezetten de leegstaande huizen en het merendeel van de Chileense ballingen, die daar woonden, keerden terug naar hun land.

Vervolgens kwamen de immigranten uit de oostelijke provincies, illegale bouwwerken schoten als paddenstoelen uit de grond en de politie labelde die slaapstad als “gevaarlijk zone”. Een “warenhuis van mensen”, bedacht door gedisciplineerde en gehoorzame mensen, toonde maar weer eens aan dat jongleren met sociale en constructieve alchemie zelden leidt tot de gewenste resultaten.

Te midden van het grijze cement, de kleine kamertjes en de verveling, heeft de hiphop zich ontwikkelt tot het geluid van het dagelijks leven. Alamar is erin geslaagd haar eigen ritme te vinden. Een cadans die in het hoofd beukt, zoals de golven beuken tegen de zeewering van die wijk. Zoals de heipalen op de grond dreunden op een fundering te leggen voor een schematische en onderdanige toekomst die nooit kwam.

Apretaste!


Homepage van de website Apretaste! (“Apretaste” betekent zoiets als: je hebt het dringend nodig, vert.)

Tatiana wil een wandelwagentje verkopen, Humberto is geïnteresseerd in een paar sportschoenen en de oude gepensioneerde dame op de hoek wil van haar mahoniehouten bureau af. Ruilhandel en individuele koop-verkoop verlichten enigszins de niet bevoorrade situatie van de staatswinkels. Dus is het gewoon geworden dat je op muren en wanden advertenties ziet waarin een huis te koop wordt aangeboden of waarin iemand de service aanbiedt van meubelreparatie. In de  rubrieken op Internet wordt eveneens zoveel als je je maar kunt voorstellen verhandeld, van een illegale schotelantenne tot vogelvoer.

Ondanks de geringe mogelijkheden van aansluiting blijken sites zoals craiglist zeer populair op het Eiland. Sommige ervan hebben strategieën ontwikkeld om Cubaanse lezers te bereiken, zoals het via e-mail verspreiden van rubrieken. Dat is het geval met de app Apretaste! die diensten aanbiedt om informatie te versturen en te ontvangen via e-mail voor gebruikers op ons “Eiland van niet-aangeslotenen”. Als winnaar van hackathon, een wedstrijd voor hackers, gehouden in Miami afgelopen februari, heeft de site heel veel potentie en gaat ze prat op eenvoud en gebruiksvriendelijkheid.

Als ik de pagina van Apretaste! bezoek, moet ik denken aan een zin die ik altijd herhaal als ik iets moeilijks tegenkom: “Creativiteit is de capaciteit om een raam open te doen als de deur gesloten is”, zeg ik als een mantra tegen mezelf in gecompliceerde situaties. Want deze rubriekensite is een heel klein, maar veelbelovend raampje dat geopend is in de ijzeren muur van niet-aangesloten zijn. Er stroomt lucht door naar binnen.

Ik hoop dat Tatiana, Humberto en de oude dame op de hoek op een dag niet alleen de mogelijkheden van Apretaste! via hun e-mail kunnen gebruiken, maar dat ze ook op hun website kunnen komen, kunnen aanklikken, een zinnetje intypen in hun eenvoudige zoeksysteem en op die manier dat wat ze zo nodig hebben, zullen kunnen vinden.

Waarom wil ik niet ‘verenigd’ zijn?

Het congres van de Federatie van Cubaanse Vrouwen eindigde een paar dagen geleden. Tijdens de sluiting sprak een man de laatste woorden uit. Maar dat was niet de enige, niet de laatste misrekening van een verstarde en door ideologie getekende organisatie. Na het beluisteren van de sessies in het Paleis van de Conventies, bevestig ik mijn besluit om niet verenigd te zijn. Waarom? Hier mijn redenen:

  • Ik verwerp de status van de ‘eeuwige presidente’ die men geeft aan de figuur Vilma Espin, want al dat gepronk met eeuwigheid van een functie is voor mij – op zijn minst – ridicuul;
  • Ik wil geen deel uitmaken van een vereniging waarvan de vlag een geüniformeerd individu laat zien. Zoals ik geen soldaat ben, zo zie ik mezelf niet gerepresenteerd in een burgerwachter met geweer;
  • Ik geloof niet in een vrouwelijke organisatie die als principes heeft: trouw aan een ideologie, aan een partij en aan een man;
  • Ik verdenk een deel van de 4 miljoen vrouwen die de FMC vormen ervan dat zij in haar rangen zijn opgenomen door puur automatisme, als een verplichte procedure voor hen die op een dag 14 worden;
  • Ik wantrouw een federatie die profiteert van het gebrek aan vrijheid van vereniging, die ons Cubanen verbiedt andere organisaties op te richten;
  • Ik ben me bewust van de dubbele moraal van de FMC, die zegt geweld tegen vrouwen te verwerpen, maar die nooit de ‘actos de repudio’ (verstotingsacties), waar de Damas de Blanco slachtoffer van zijn, hebben verworpen;
  • Ik taxeer het inefficiënte werk van een vereniging die in zijn 50-jarige bestaan niet heeft bereikt dat vrouwen machtsposities hebben waar ze echt beslissingen nemen die effect hebben op het land;
  • Ik ben er moe van dat men – in die vrouwencongressen – vrouwen reduceert tot wezens die zich zorgen maken om potten en pannen, vrijwilligsters die bereid zijn om hun kinderen te leveren als kanonnenvoer of stukken productief gereedschap, onbaatzuchtig, mooi en gehoorzaam.
  • Ik ben een vrouw van de 21e eeuw, ik schaam mij niet voor mijn eierstokken maar ben er trots op, en ik kan geen lid zijn van een organisatie de kracht van vrouwen tegenwerkt;

Natuurlijk, als het legaal zou zijn om je te aan te sluiten met een mening, affiniteiten, sekse en zoveel andere raakvlakken, dan zou ik met mijn progesteron en mijn eisen in een echte vrouwenfederatie zijn.

De uitdagingen voor de Cubaanse pers

De krant had het niet over jou…”, zingt de stem van Joaquín Sabia, terwijl ik het dagblad Granma lees. Op de cover staat, zoals bijna altijd, een of ander evenement. Een eerbetoon aan een figuur uit het verleden, een herinnering, of een zin die iemand veertig of vijftig jaar geleden een keer heeft gezegd. Alle pagina’s hebben deze muffe geur van journalistiek die zich niet waagt aan het heden, die het hier en nu volledig ontwijkt.

De Cubaanse pers kan zichzelf niet hervormingen omdat dat gelijk zou staan aan zelfmoord. Om te kunnen berichten over de nationale realiteit moet het haar rol als verspreider van ideologische propaganda neerleggen. Het is niet genoeg om het ontwerp van de websites te veranderen, een nieuwe insteek te kiezen in rapportages of ruimte te laten aan lezersbrieven met kritiek op bureaucraten of corrupte ambtenaren. Ze moeten veel verder gaan en hun politieke overtuigingen opzij zetten en de waarheid als enige verplichting omarmen. Maar…we weten dat dat dat niet gaat gebeuren.

Ik verwacht meer van de opkomende vrije pers dan van een “nieuwe officiële journalistiek”. Tegelijkertijd ben ik mij ervan bewust dat het informerende werk dat wordt gedaan vanuit het maatschappelijk middenveld, precair en verboden, beter moet. Informatie moet niet dienen als loopgraaf of als wapen. Gebeurtenissen moeten niet verteld worden zoals we zouden wensen, maar zoals ze werkelijk gebeuren.

Een verscheidenheid aan onderwerpen is op geen enkele wijze strijdig met de bescherming van vrijheid of van mensenrechten. Er zijn vele manieren om iets te zeggen en om het mooi te verwoorden. We moeten meer manieren vinden om de lezers op straat te bereiken en te informeren. Creativiteit, durf en diversiteit als het gaat om het belichten van verschillende standpunten moeten ons helpen om betere verslaggevers te worden. Het loont de moeite om dit pad in te slaan.

Wat mijzelf betreft, ik ben de eerste stappen aan het zetten. Het aftellen is begonnen voor het digitale medium dat ik al vier jaar benut. Er staat een nieuwe professionele uitdaging voor de deur en deze zal ik niet in mijn eentje aangaan, maar met een team van getalenteerde mensen die journalistiek met een hoofdletter willen bedrijven. In de komende weken zal dit persoonlijke weblog voor jullie ogen veranderen in een journalistiek medium. Aanmoedigingen zijn van harte welkom!

Constructieve of meegaande kritiek?

Hij stak zijn vinger omhoog tijdens de vergadering. De directeur had iedereen gevraagd vrijuit te praten, dus maakte hij daarvan gebruik door te uiten waar hij al maanden mee zat. Hij begon over de extreem lage salarissen die medewerkers in de publieke zorg ontvangen. Vervolgens noemde hij de vieze toiletten, het tekort aan water, de scheuren in de enige sterilisator, de lekkages in het hele ziekenhuis. Hij vervolgde met de hitte in de wachtkamer waar de patiënten zich opstapelen, en het gebrek aan chirurgische instrumenten. Hij eindigde met de uitspraak “er is hier niemand die dit kan verdragen”, waarop een ongemakkelijke stilte volgde in de zaal. Uiteindelijk kwam iemand op hem af die hem verweet dat zijn kritiek niet constructief was, maar alleen ontlading tot doel had. Daarom sprak hij vervolgens nooit meer, tijdens welke vergadering dan ook.

Zij, die in werkelijkheid geen enkele vorm van kritiek dulden, verbergen zich achter het argument dat ze gepaste en opbouwende kritiek zoeken. Voor hen betekent proportioneel, dat je alles met een omweg benadert en begint met iets vleiends. Je moet nooit – volgens deze aanbidders van applaus – het systeem in twijfel trekken, maar de gebreken die het niet laten functioneren. Constructief zijn betekent niet de leiders van het huidige politieke proces bekritiseren, en nog veel minder het politieke model in twijfel trekken. Men moet bovendien een blind vertrouwen laten zien dat alle problemen opgelost zullen worden door de „wijze leiding” van de hogere instanties. Als iemand buiten de paden van de getolereerde kritiek treedt, dan zullen ze hem allerlei slechte eigenschappen toebedelen. Haatdragend, geen klasse, huilebalk… dat zullen de eerste beledigingen zijn, terwijl daarna de afgezaagde “CIA spion”, “contrarevolutionair” en “vijand van de natie” zullen volgen.

Zijn observaties zullen nooit op het juiste moment komen, omdat ze noch gehoorzaamheid noch zelfbeschuldiging bevatten. Kritiek behoeft geen toevoeging. Ze hoort niet gekwalificeerd te worden in “constructief” en “deconstructief”, kritiek zou je met alle mogelijke grofheid moeten kunnen geven, zonder hoffelijkheid. Als een medicijn dat je uitsmeert over een etterende wond, kritiek doet pijn, doet huilen, kwelt… maar geneest.

Dankzij Bradbury, Čapek, Hurtado en Chaviano…

Van de dingen uit mijn kindertijd, is mijn collectie science fiction boeken een van mijn meest gekoesterde bezittingen. Die bladzijden vulden lange uren uit mijn leven en waren een – bewuste – vluchtweg naar andere en nieuwe werelden, weg van de vlakke realiteit. Mijn zus had een voorkeur voor verhalen over verre planeten, ruimtetuigen en buitenaardse beschavingen. Ik hield het bij mogelijke fantasieën, die me het gevoel gaven dat ze elk moment werkelijkheid konden worden: Reizen in de tijd, wetenschappers die de genetica manipulren en schepsels van gisteren die terug tot leven komen, waren mijn favorieten.

Dankzij Karel Čapek, Isaac Asimov, Daína Chaviano, Stanislaw Lem en Oscar Hurtado werd mijn pubertijd bevolkt door robots, humanoides, feeën, vliegende schotels en verre sterrenstelsels. In die jaren kwamen er heel wat compilaties van het genre op de markt op geel papier met strakke tipografie. Op ons boekenrek was er een ereplaats voor De Kronieken van Mars, Enfriamiento Rápido (Cubaanse compilatie van SF kortverhalen, met als titel het gelijknamige kortverhaal Quick Freeze van Robert Silverberg, vert.), De Roep van Cthulhu, de geniale korte verhalen van Ray Bradbury en de roman De Groothandelaren van de Ruimte. Deze teksten waren voor mij en mijn zus poorten naar een andere dimensie.

De 23e International Boekenbeurs van Havana trekt een groep SF auteurs aan. Bij de Cubanen is dat José Miguel Sánchez, Yoss en onder de buitenlandse genodigden is de Russische auteur Serguei Loekianenko. De belangrijkste titels van het laatste decennium van een genre dat nog steeds evolueert en lezers aantrekt zijn echter afwezig. De reden is het gebrek aan financiële middelen van de lokale uitgeverijen om auteursrechten te betalen aan buitelandse auteurs. Het genre wordt ook nog steeds onderschat en slaagt er niet om zich een vaste stek te verzekeren op de jaarlijkse uitgave en –promotiekalenders.

Maar zelfs dat kan de verbeelding niet stoppen. De drang naar iets dat verder gaat dan de logge realiteit zal ons (wij, de SF-fans) blijven motiveren.