Meer dan alleen nummers

nummers

Twee glimlachende jongeren leggen tijdens een televisiereclame de voordelen uit van de volks- en woningtelling 2012. Ze praten over de noodzaak van het hebben van actuele en betrouwbare statistieken over onze samenleving. Ter afsluiting van de korte spot roepen ze in koor dat “van 15 tot en met 24 september in Cuba iedereen telt”. Dit geeft de kijker stof tot nadenken met de gedachte dat geteld worden iets anders is dan meetellen. Maar afgezien van de Freudiaanse verspreking die duidelijk naar voren komt in het officiële taalgebruik, komt de verontrusting uit een andere hoek. Cubanen wantrouwen inspecties, we hebben een zeer gemarkeerde argwaan tegen tellingen en vragen over en binnen onze huizen. We leiden een bestaan dat onderscheid maakt tussen het legale – en publieke – leven en het geplaagde leven van de illegaliteit om te overleven. Dat is dan ook de hoofdreden waarom we de metingen niet altijd hartelijk ontvangen.

In andere omstandigheden zou een telling ons niet moeten verontrusten, maar zelfs moeten verblijden. Het wordt immers gebruikt als een statistisch instrument dat de gemeenschap gegevens oplevert over zichzelf. Aantal woningen, aantal inwoners van een bepaald geslacht, index van de bevolkingsgroei… en vele andere cijfers over de resultaten en tekortkomingen van een natie. Echter, in het geval van ons land is het moeilijk om een onderscheid te maken tussen een simpele inventaris en de consequente staatscontrole die deze genereert. Het is onmogelijk om een onderzoek – hoe naïef en anoniem deze ook lijkt – los te zien van zijn meest gevreesde tegenstander: de controle. Zeker in relatie met alle objecten en middelen van “twijfelachtige oorsprong” die ons dagelijks leven onderbouwen. Een groot deel van de Cubanen zal daarom uiteindelijk liegen op verschillende vragen van de tellers en anderen zullen niet eens deelnemen aan de census. De uiteindelijke resultaten zullen dus een mengsel zijn van benaderingen, omissies en onwaarheden vanwege het feit dat veel ondervraagden geen reëel beeld geven van wie ze zijn en wat ze bezitten.

Na onderzoek tussen verschillende vrienden en buren, stelde ik vast dat de mensen niet bereid zijn om alles te vertellen wat het Centraal Bureau voor de Statistiek wil weten. Een vriendin, die haar huis heeft kunnen opknappen met de winsten van de illegale verkoop van kleren, legt me uit hoe ze het zal aanpakken: “De flatscreen tv gaat naar de slaapkamer en ik zal tegen mijn zoon zeggen dat hij de laptop moet verbergen”, zegt ze zonder te blozen. Om daar direct aan toe te voegen: “Als ze me vragen waar we van leven zeg ik dat we van de 420 Cubaanse peso’s (iets meer dan €14,-) per maand leven die mijn man verdient. En als ze me durven te vragen van welk merk mijn koelkast is, lieg ik in hun gezicht dat het van een Haier is, al kunnen ze vanuit de woonkamer het logo van LG zien.” Maar het lastigste zal voor haar zijn om haar broer en zijn vrouw en kind te vragen om te proberen niet thuis te zijn tijdens deze dagen, zodat ze niet gezien worden. Zij leven immers zonder papieren in Havana. Wanneer de teller haar huis uitloopt, zal hij ongetwijfeld een heel ander beeld hebben van het levensniveau en de levensstijl van mijn sluwe vriendin. En dat is precies wat zij wil, dat ze denken dat het rood is, waar het groen is, dat er weinig is, waar er veel is en dat het vandaag is, waar het morgen is. Want vanaf kinds af aan is haar geleerd dat de waarheid vertellen slechts de aandacht trekt en dat informatie geven aan de Staat gelijk staat aan zelfbeschuldiging.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s