Ik ga niet meer terug…

sabina3

Foto overgenomen van http://www.verletras.com

Festivals van Varadero, Girasoles Opina, Bossa Nova in Havana… een optocht van progressieve en getalenteerde artiesten ging het hele land door in de jaren zestig, zeventig en tachtig. Ik volgde hun hipste liedjes en imiteerde hun kapsels en kleding. Neuriede mee met songteksten als “Wie zei u dat ik altijd lach en nooit huil”, “Qué será, que será, zij die zuchtend door de slaapkamers wandelen”, “Pedro Navaja, atijd met zijn handen in de zakken van zijn jas”. Ik herinner me dat mijn zus mij uitlachte en zei dat ik ‘een Brazilaans kapsel’ had, omdat mijn profiel deed denken aan een lampenkap, net als het profiel van María Betania en zoveel meer divas in die periode. Ik vond die vergelijking prachtig! Ik zag in die tijden ook Ana Belén en Víctor Manuel vaak op de nationale podia. Zelfs “La Negra”, Mercedes Sosa, zong “Gracias a la vida” in de microfoons van de patio.

Maar ook die gebruikelijke artiesten hielden ook op met optredens in Cuba. Sommigen kwamen te overlijden en anderen raakten gedesillusioneerd door het misbruik en de excessen van de Revolutie en weer anderen lieten Cuba gewoon links liggen in de planning van belangrijke plaatsen in hun tours. Op de aanplakbiljetten waar je voorheen altijd las “Parijs, Berlijn, New York, Buenos Aires… Havana”, verdween de grootste stad van de Antillen. We veranderden van een verplichte stop in een plaats waar alleen nog de ideologisch overtuigden kwamen. De politiek kleurde alles, de akkoorden, muziek en koren. De muziek was verdeeld tussen artiesten die waren verbonden met ‘de goede zaak’ en verraders die het niet verdienden om op te treden voor een Cubaans publiek. De laatste keer dat ik  Joaquín Sabina hoorde in een theater in Havana, klom een vriendin van mij op het podium en gaf hem een zoen op de wang. De afscheidskus noemden we dat later, want we hebben hem daarna niet meer teruggezien. De hoofdpersoon (of alter ego) in één van zijn gezongen verhalen zou later zeggen over zijn reis naar Cuba: “ik ga niet meer terug, want ik heb niet genoten”.

De wegblijvende bezoekers van toen konden worden bijgeschreven op de lijst van andere muzikanten die we nooit meer live zagen spelen. Zo misten we de onbeschaamde mond van Mick Jagger net als de branie van Shakira, de excentriciteit van Lady Gaga en het zachte wiegen van Willy Chirino. We zijn opgegroeid zonder de ervaring van een sierlijke Celia Cruz, van het podiumlicht dat over Ricardo Arjona schijnt of van de heksenketel als  Freddie Mercury werd gepresenteerd. Madonna is nooit in Havana geweest, Michael Jackson overleed zonder ooit voet op Cubaanse bodem te hebben gezet en, als we zo voortgaan, zullen verschillende generaties van artiesten hun carrière beëindigen zonder ooit voor ons te hebben gezongen. We hebben Juanes, Olga Tañón en Miguel Bosé hier ten minste nog wel gehad tijdens dat onvergetelijke concert in 2009.

Leven in de 21e eeuw is meer dan alleen een internetverbinding en het recht op vrijheid van vereniging en meningsuiting; het houdt ook in een culturele en muzikale verbondenheid met de tijdsgeest. Maar wat ons culturele agenda bewijst, is dat we in de vorige eeuw zijn blijven hangen, gestrand in een tijdperk waarin Milton do Nascimento en Fito Páez op enkele meters van ons vandaan zongen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s