Een witte Pekinees

pekinees

Je zou een sociale geschiedenis van Cuba in de afgelopen jaren kunnen maken aan de hand van haar honden, de dieren die onze straten en huizen bevolken. Niet alleen om de zorg of mishandeling die ze hebben ondergaan, maar ook vanwege de hondenrassen die mensen hebben gekozen om hun dagelijks leven mee te delen. Ik herinner me dat een paar jaar geleden de dalmatiërs in de mode waren, geïnspireerd door Disney met zijn 101 puppy’s. Daarna ontstond er een voorkeur voor de chow chow, die je nu praktisch nergens meer tegenkomt. Ik moet bekennen dat ik dol ben op de mormels, de ‘chuchos‘ van een vuilnisbakkenras. Misschien heb ik door mijn gebrek aan een stamboom en afstamming een zwak voor huisdieren die even onbekend zijn in de genealogie. Ik laat echter uitvoerig zien hoe de sociale klassen ook worden uitgedrukt door deze viervoeters met hun scherpe geur en geblaf.

Achter de hoge traliehekken van de verblijven in Miramar snuiven de rottweilers. Het hebben van zo’n hond is een teken van macht en een goede economische status. Voor hun rijke eigenaren is het tijdverdrijf om ze te voeren, uit te laten en te trainen, zodat ze een indringer die over de muur klimt zullen grijpen.  Ze zijn, voor deze tijd, wat de Duitse herder was voor de jaren tachtig: een energiek ras voor een sector die zijn vooruitgang wil laten zien. Daarna volgen de labradors, met eigenaren die een tuin of een zwembad hebben en die voer uit blik voor ze kopen. Honden die een stylist hebben en iemand die ’s ochtends met ze gaat lopen: trouwe bezoekers van de Quinta Avenida die baden in zee. Honden met geluk.

Maar geloof niet dat elk deel van de stad of elke sociale sector een bijpassend soort huisdier heeft. In de meest vervallen woonblokken van Centro Habana kun je een prachtige champagnekleurige cocker spaniël tegenkomen, of een slanke dobermann met een weinig vriendelijk gezicht. Voorbeelden zijn overvloedig van enorme Afghaanse windhonden die leven in appartementen zonder balkon. Ik heb zelfs eens een grote Deense dog tevoorschijn zien komen tussen twee tinnen platen van een geïmproviseerd huis in een “llega y pon”* in Havana. De gekozen honden zeggen veel over dat wat we willen worden, over onze verlangens naar grootsheid… of onze geaccepteerde nietigheid. Uitgerekend een heel klein ras maakt op het moment furore op dit eiland: de pekinezen met een platte neus en korte nek. De meeste gewaardeerde zijn de albino’s, die verkocht worden voor de prijs van drie maandsalarissen: ongeveer 50 dollar per puppy.

Gisteren kwam ik een van deze “katoenbollen” tegen bij de uitgang van een woning in Cayo Hueso. Ik moest lachen om het contrast dat er was tussen zijn extreem witte vacht en een kapotte rioolbuis.  En terwijl ik verder liep dacht ik na over het verhaal dat je zou kunnen vertellen door middel van de honden, over het nationale verval dat verteld kan worden door een beschouwing van hun snuiten en poten. Een realiteit van contrasten: van de sterke romp van een boxer in Vedado tot de zichtbare ribben van een achterlaten mormel in een willekeurige straat.

* geïmproviseerde wijken met kwetsbare woningen, gemaakt van afvalmateriaal.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s