Geweld tegen vrouwen

De stem van Julieta Venegas echoot in de grote zaal van het Nationaal Theater. Ze stijgt de hoogte in, duikt in de ziel. Ik zit in een stoel, in het duister, wanneer de eerste tonen weerklinken. Ik ben vanaf mijn huis door de wijk La Timba hierheen gekomen, met honden die op iedere straathoek blaffen en vrouwen in versleten kleding die uit de ramen hangen. Ik arriveerde met mijn twijfels, mijn progesteron, mijn nagels zo kort als waren ze van een puber, mijn gebrek aan vrouwelijkheid om me te kleden, mijn haar dat zich verzet tegen een kam, mijn moederschap, mijn temperament. Ik ben het, met deze eierstokken als het uurwerk van mijn vruchtbaarheid en een zoon die op een dag een grootmoeder van mij zal maken … het is beter dat ik mij voorbereid op de snelheid van het leven.

Dus tracht ik het ritme van de liederen van Venegas te pakken te krijgen, het refrein te repeteren en in de vingers te knippen om de maat te houden. De strijd tegen huiselijk geweld die zij heeft opgepakt, gaat me aan het hart, hoewel ik dergelijk zaken in mijn familie of huwelijk nooit aan den lijve heb ondervonden. Ik ken het soort zwijgende, beurse, neergeslagen gezichten maar al te goed. Je ziet ze overal. In de lift, in de rij voor de bus, in deze stad waarin je, ondanks haar omvang, af en toe dezelfde mensen blijft tegenkomen. Ik herken de ogen die niet meer recht vooruit kijken uit schaamte en uit angst dat de dader haar schreeuw om hulp ontdekt, maar elke centimeter van haar huid, ieder stuk van haar kleding zegt: “Red mij! Haal mij uit deze situatie!” Ik zie het jonge meisje met het strakke jurkje dat bij elke stap wordt gevolgd door haar pooier; de forse vrouw met de uitgedijde borsten van de vele zwangerschappen wier echtgenoot met het bord op tafel slaat en gilt “Is dat alles wat ik te eten krijg?”; de secretaresse die zich opmaakt voor de spiegel, denkend dat toegeven aan haar baas aan het eind van de maand wellicht een kilo kip en wat zeep zal opleveren; de ballerina die haar afschuw verbergt na een kus van een smerige hotemetoot die haar een beter leven belooft.

En ik kijk, en kijk nog eens tussen twee liederen van Julieta Venegas in, naar de voorzitter van de Studentenfederatie van de Faculteit Economie (FEU). Dezelfde die afgelopen zaterdag in het amfitheater Manuel Sanguily van de Universiteit van Havana de mogelijke nieuwe studenten welkom heette. Om hen te overtuigen zich in te schrijven voor de studie, zei deze knaap: “We organiseren veel activiteiten, het Caribisch sportevenement, feesten in de beachclub van de FEU en vanzelfsprekend … acties tegen de Witte Dames”. En ik zat daar in dat auditorium en voelde een ongelofelijke droefheid opkomen voor deze jongeman, die het wel een leuk uitje leek om vrouwen uit te schelden, hen te verhinderen hun huis te verlaten, obsceniteiten naar hun hoofd te slingeren. Twee dagen later zat ik in het zachte stoeltje van het Nationaal Theater en stelde vast hoe de officiële leer tegelijkertijd zedeloosheid kan opwekken en afwijzen, een talentvolle artiest kan uitnodigen om stelling te nemen tegen huiselijk geweld en tegelijkertijd de vrijheidsliederen van zoveel vrouwen kan vertrappen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s