Verboden

Wat is er toch anders? De geuren en de temperatuur, denk ik in een eerste moment. Daarna volgen de geluiden die zo typerend zijn voor iedere plaats, de grijsheid van de winterlucht of de donkere kleur van het water in een rivier die door een deel van Europa loopt. Wat is er nou echt nieuw? Ik vraag het me telkens af wanneer ik hier of daar een smaak proef of voor de eerste keer een hand schud. De muziek misschien, het geluid van een tram die voor een halte remt, de sneeuw die zich aan de zijkant van het trottoir ophoopt, de lentebloemen die hun best doen om uit te komen ook al wacht hen misschien nog de ergste vorst. Waarin ligt het vreemde besloten? In de kerkklokken die op elk heel uur elkaar lijken te beconcurreren, of in bepaalde huizen die – hoewel historisch – er nog jong uitzien vergeleken met de bouwwerken in de oude stadskern van Havana.

Echter, noch in de overvloed aan moderne auto’s noch in het Wi-Fi signaal – dat bijna overal toegang tot het internet verschaft – ligt voor mij de ware nieuwigheid. Evenmin in de kiosken vol met tijdschriften, in de winkelschappen die uitpuilen van de aanbiedingen of in de hond die midden in de metrohal als heer en meester van de situatie behandeld wordt. Het vreemde is niet de vriendelijkheid van de bedienden, het bijna afwezig zijn van wachtrijen, de klauwen en scherpe tanden van de demonische waterspuwers aan de huizengevels of de dampende wijn die je eerder drinkt om je lichaam op te warmen dan om van het café te genieten. Geen van deze indrukken die ik nu voor het eerst ervaar of al bijna – na 10 jaar niet gereisd te hebben – was vergeten, beschrijven het verschil tussen het eiland dat ik nu vanuit de verte aanschouw en de landen die ik nu bij deze gelegenheid bezoek.

Het belangrijkste verschil zit hem in wat wél en wat niet is toegestaan. Vanaf het moment dat ik uit mijn eerste vliegtuig stapte, verwacht ik dat iemand tegen me tekeer zal gaan, dat er iemand komt die me waarschuwt “dat mag je niet doen”. Ik speur met mijn blik naar de bewaker die naar me toe zal komen en me zegt: “Het is verboden foto’s te maken”, naar de politieagent die mij met een grimmige gelaatsuitdrukking toe zal schreeuwen “Burger, identiteitsbewijs”, naar de ambtenaar die me de weg verspert en zegt: “Hier mag u niet naar binnen”. Maar ik ben dit soort figuren, die zo’n gemeengoed in Cuba zijn, nog niet tegengekomen. Voor mij is dus niet het grote verschil de heerlijke sesamzaadbroodjes, de biefstuk die weer is teruggekeerd op mijn bord of het geluid van een vreemde taal die ik hoor. Nee. Het grote verschil is dat ik niet continu het rode verbodsbord boven me voel, het fluitje dat me doet opschrikken tijdens iets illegaals, de voortdurende zorg dat wat ik ook doe of denk wel eens verboden zou kunnen zijn.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s