Cubanen, punt uit

Enkele jaren geleden, toen ik voor het eerst in het buitenland was, zat ik in een trein die vanuit Berlijn naar het noorden vertrok. Berlijn was destijds al herenigd, maar behield nog fragmenten van dat lelijke litteken van een muur die een land verdeelde. Terwijl ik in dat treincompartiment mijmerde over mijn vader en opa, beiden spoorwegwerkers, die er een lief ding voor over hadden gehad om te reizen in deze schitterende wagons en locomotief, begon een tegenover mij gezeten jongen een praatje. Na de eerste begroetingen, mijn mishandeling van de Duitse taal met een “Guten Tag” en mijn verklaring dat “Ich spreche ein bisschen Deutsch”, vroeg de man mij direct waar ik vandaan kwam. Ik antwoordde met een “Ich komme aus Kuba”. Zoals altijd, wanneer men laat vallen uit het grootste eiland van de Antillen te komen, probeerde mijn gesprekspartner aan te tonen hoeveel hij wel niet wist over mijn land. Normaal gesproken, tijdens deze reis, ontmoette ik mensen die zeiden “ah… Cuba, ja, Varadero, rum, salsa”. Er waren zelfs een paar gevallen bij die als associatie met ons land niet verder kwamen dan de cd “Buena Vista Social Club”, die net in die jaren de hitlijsten aanvoerde. Maar deze ene jongeman en een trein uit Berlijn verraste mij. Anders dan de rest, antwoordde hij niet met een toeristisch of melodisch stereotype, maar vroeg verder. Zijn vraag: “Kom je uit Cuba? Het Cuba van Fidel of het Cuba van Miami?

Mijn gezicht werd rood, ik vergat het beetje Duits dat ik nog wist en antwoordde in mijn beste Spaans van Havana Centrum: “Gozer, ik ben een Cubaanse van José Martí”. Daarmee hield onze korte conversatie op. Maar de woordenwisseling heb ik die reis en de rest van mijn leven goed onthouden. Ik heb me vaak afgevraagd wat die Berlijnse jongen en zoveel anderen ertoe bracht om Cubanen van binnen en buiten het eiland te beschouwen als twee gescheiden werelden, twee onverzoenbare werelden. Het antwoord op die vraag herkauwt ook een deel van mijn werk in mijn weblog Generatie Y. Hoe is gekomen dat men ons land heeft opgedeeld? Hoe is het mogelijk dat een regering, een partij, één man aan de macht, zich het recht toe-eigent om te beslissen wie onze nationaliteit mag dragen en wie niet. Het antwoord op deze vragen kent u, inwoners van Miami, veel beter dan ik. U, die de pijn van de ballingschap heeft meegemaakt , die in het grootste deel van de gevallen moest vertrekken, slechts meenemend dat wat u aan had. U, die afscheid nam van familieleden, van velen die u nooit meer terugzag. U, die in uw geest en hart heeft getracht om Cuba te bewaren, het enige, ondeelbare, complete Cuba.

Maar ik blijf me afvragen: Wat is er gebeurd? Hoe is het zover gekomen dat de aanduiding van Cubaan alleen wordt toegekend op grond van ideologie? Gelooft u mij, dat wanneer je wordt geboren en opgroeit in een land met slechts één versie van de waarheid, een gemutileerde en aangename versie van de geschiedenis, dan kan je zo’n vraag niet beantwoorden. Gelukkig is het altijd mogelijk om te ontwaken van deze indoctrinatie. Het enige dat daarvoor nodig is, is een vraag die zich elke dag, als een bijtend zuur, opdringt in je hoofd. Het volstaat om geen genoegen te nemen met wat ons wordt verteld. De indoctrinatie gaat niet samen met twijfel, het hersenspoelen stopt juist als men de opgedreunde leuzen in twijfel begint te trekken. Het proces van ontwaken is langzaam, het begint als een vervreemding, alsof opeens de naden van de werkelijkheid zichtbaar worden. Zo ging het bij mij in het werk. Ik was een dertien-in-een-dozijn Pionier, zoals u allen weet. Ik herhaalde elke ochtend op de basisschool de slogan “Pioniers voor het communisme, we zullen zijn als Che”. Ik rende ontelbare keren met een gasmasker onder de arm naar een schuilkelder, terwijl mijn leraren mij verzekerden dat wij binnen de kortste keren aangevallen zouden worden vanuit een of andere plaats. Ik geloofde het. Een kind gelooft altijd wat de volwassenen zeggen. Maar er waren zaken die niet klopten. Elke zoektocht naar de waarheid kent zijn ontstekingsmechanisme. Precies een moment waarop een puzzelstukje niet meer past, dat iets niet meer logisch is. En deze afwezigheid van logica bevond zich buiten mijn school, in mijn wijk en in mijn huis. Ik begreep niet goed waarom diegenen die met bootjes vanaf Mariel waren vertrokken “staatsvijanden” waren, waarom mijn vriendinnen zo blij waren als een van die verbannen familieleden eten of kleding opstuurde. Waarom waren het de buren, die onder luid boegeroep afscheid namen in de woongemeenschap van Cayo Hueso waar ik was geboren, die voor het oude vrouwtje zorgden die achter was gebleven en die een deel van de pakketjes weer cadeau gaf aan dezelfden die haar kinderen hadden uitgescholden en met eieren bekogeld? Ik begreep het niet. En vanuit dat onbegrip, kwam – pijnlijk als elke geboorte – de persoon tevoorschijn die ik vandaag ben.

Vandaar dat ik, toen die Berlijner die nog nooit in Cuba was geweest mijn land probeerde te verdelen, opsprong als een kat en hem van repliek diende. Vandaar dat ik vandaag voor u sta, in een poging te bereiken dat niemand, nooit weer, onderscheid maakt tussen de ene en de andere Cubaan. Wij zullen iedereen nodig hebben voor het toekomstige Cuba en we hebben iedereen nodig in het huidige Cuba. Zonder u zou ons land incompleet zijn, als iemand zonder ledematen. Wij kunnen het ons niet veroorloven dat men ons blijft verdelen. Wij strijden om in een land te wonen waar vrijheid van meningsuiting, van vereniging en andere mensenrechten worden gerespecteerd; wij moeten alles doen – het mogelijke en het onmogelijke – zodat jullie die rechten weer terugpakken die ook jullie zijn ontnomen. Er is geen jullie en wij…er is alleen een “wij”. Laten wij niet toestaan dat men ons verdeeld blijft houden.

Ik sta hier omdat ik niet geloofde in de geschiedenis die men mij vertelde. Net als zoveel andere Cubanen die opgroeiden onder een enkele officiële “waarheid”, zijn wij ontwaakt. Wij moeten ons land opnieuw opbouwen. Wij kunnen dat niet alleen. De aanwezigen hier – en dat weten zij maar al te goed  – hebben vele families in Cuba geholpen bij het voeden van hun kinderen. Ze hebben de weg moeten vinden in samenlevingen waar ze met niets moesten beginnen. Ze hebben zich bekommerd om en gezorgd voor Cuba. Help ons om haar weer te herenigen, om deze muur te slechten die, anders dan die in Berlijn, niet van beton of steen is gemaakt, maar van leugens, stilzwijgen en kwade bedoelingen.

In dat Cuba, waarvan wij allen dromen, zal het niet nodig zijn om te verduidelijken welk soort Cubaan je bent. Wij zullen weer gewoon Cubanen zijn. Cubanen punt uit. Cubanen.

[Text opgedragen in de Toren van de Vrijheid, Miami, Florida, op 1 april 2013]

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s