Señor Capitolio

Foto: Orlando Luis Pardo Lazo

Het Capitool van Havana begint vrij te komen van zijn lange straf. Als een berouwvol kind heeft het 54 jaar gewacht om terug te keren als hoofdkwartier van het Cubaanse parlement. Het heeft van alles doorgemaakt: het was een museum voor natuurwetenschappen met opgezette dieren – vol met motten – en in één van zijn gangen opende het eerste openbare internetlokaal van Havana. Terwijl de toeristen het enorme standbeeld van de republiek fotografeerden, hingen duizenden vleermuizen aan de hoge en gedecoreerde plafonds. Ze sliepen overdag ondersteboven hangend, maar ‘s nachts fladderden ze rond, hun uitwerpselen achterlatend op de muren en de kroonlijsten. Daar hebben ze zich decennia lang vermenigvuldigd, tussen de onverschilligheid van het personeel en het gegiechel van jongeren die zeiden: “kijk, poep, poep!”. Dit is het gebouw dat ik kende van kinds af aan, schandelijk ingestort, maar ondanks dat imposant.

De bezoekers luisteren nog altijd geboeid naar de geschiedenis van de diamant die het startpunt van de centrale snelweg markeert, met zijn dosis gevloek en inhaligheid. Bij het aanschouwen van deze neoklassieke kolos, bevestigen deze reizigers ook – wat we weten, maar wat niemand hardop zegt – dat hij wel erg lijkt op het Capitool van Washington. In deze gelijkenis ligt een deel van de reden van het politieke ballingschap dat ons “vlaggenschip” heeft geleden. Teveel associatie met die ene andere; duidelijk een directe broer van diegene die stilaan symbool stond voor de vijand. Maar omdat – conform regeringsbesluit – in geen enkele stad architectonische symbolen worden gebouwd, blijft zijn koepel het aangezicht van Havana bepalen, samen met de Malecón en de Morro, die oprijst aan het begin van de baai. Voor degenen die uit de provincie aankomen, is de foto voor de brede trappen van dit grote paleis verplichte kost. Zijn koepel is bovendien de meest weerspiegelde in schilderijen, foto’s, handwerk en wat voor sieraad dan ook dat iemand mee naar huis wil nemen om te zeggen: ‘ik was in Havana”. Hoe meer men stug doorging met het verminderen van zijn belang, des te prominenter werd hij. Hoe sterker het stigma werd, des te dominanter werd zijn mix van lieflijkheid en decadentie. Te meer omdat in de decennia sinds zijn bouw – en tot op de dag van vandaag – geen enkele andere constructie zijn pracht heeft kunnen overtreffen.

Nu is de Nationale Vergadering van de Macht van het Volk begonnen met bijeenkomen precies daar waar ooit dat congres van de Republiek van Cuba samenkwam, waarvan onze officiële geschiedenisboeken zo slecht spreken. Ik stel me ons parlement voor, gezeten in de zaal met gestoffeerde zetels, omgeven door de ramen met hun koninklijke vensters, onder de verfijnd gedecoreerde plafonds. Ik visualiseer ook dat alle handen opgestoken worden, om unaniem of met enorme meerderheid wetten goed te keuren. Stil, tam, uniform in hun politieke ideeën, niet de officiële macht wensen te beledigen. En ik weet niet wat ik ervan moet denken, eerlijk gezegd, of dit een nieuwe vernedering is – de meest uitgekiende straf – voor het Capitool van Havana; of dat het zijn overwinning is, de gekoesterde triomf voor hem die meer dan een halve eeuw bleef wachten.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s