Van het joods museum naar het Stasi museum

Joods museum in Berlijn

Het gebouw heeft de vorm van een ontwrichte Davidsster. Het is grijs, met een facade bekleed met zink en kleine openingen die een aanzienlijke sensatie van claustrofobie veroorzaken. Het museum bestaat niet alleen uit de collectie die getoond wordt aan haar muren en in haar vitrines, het museum is alles, elke ruimte die men kan betreden en ook de lege gaten -zonder menselijke aanwezigheid- die men kan bespieden door bepaalde gleuven. Er zijn familiefoto’s, boeken met goudkleurig bedrukte kaft, medische instrumenten en beelden van jongeren in badkleding. Het is het leven, het leven van de duitse joden vóór de holocaust. Men zou kunnen verwachten alleen de getuigenis van de horror te zien, maar het meest dramatische is dat men zich bevindt voor de getuigenis van het dagelijkse. De opgevangen lach -jaren vóór de tragedie- blijkt even pijnlijk om te bekijken als de vermagerde lichamen en de opgestapelde kadavers. Het bewijs van de momenten van geluk, maakt het tweede  van het gehuil en de pijn angstaanjagender.

Na een tijdje in de nauwe gangen van dat oord en te midden van zijn verbijsterende architectuur, ga ik naar buiten en haal adem. Ik bekijk het groen van de lente in Berlijn en denk: we kunnen niet toestaan dat dit verleden een keer terugkomt.

En niet ver daar vandaan, verrijst het Museum van de Stasi. Ik begeef me in zijn cellen, in de verhoorruimten. Ik ga aan de hand van een cubaan die opgesloten zat op diezelfde plaats, waar een raam met zicht naar buiten een onbereikbare droom wordt. Een kerker werd bekleed met rubber, de krassen van de nagels van de gevangenen kan men nog zien op de muren. Echter, nog meer sinister lijken me de kantoren waar men de gevangenen een bekentenis ontfutselde -of fabriceerde-. Ik ken ze, ik heb ze gezien. Ze zijn een kopie van hun tegenhanger in Cuba. Ze zijn nauwgezet gekopieerd door de voortreffelijke leerlingen die de Staatsveiligheidsdienst van de DDR opleidde in het Ministerie van Binnenlandse Zaken van het Eiland. Onpersoonlijk, met een stoel die de gevangene niet zal kunnen verschuiven omdat hij vastgeklonken is aan de vloer en een enkel verondersteld gordijn waarachter de microfoon of de filmcamera verscholen was. En de metallische geluiden de hele tijd, die voortkomen uit het gekletter van de grendels en de tralies; om de gevangenen er aan te herinneren waar ze zijn, hoezeer ze aan de cipier overgeleverd zijn.

Daarna moet ik weer een luchtje scheppen, tussen die muren vandaan. Ik vertrek van die plaats met de overtuiging dat wat voor hun een museum van het verleden is, wij nog beleven in het heden. Een “nu” dat we niet kunnen toestaan voort te duren tot het morgen.

Klein raampje, enige lichtbron in een cel van de duitse Stasi.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s