Vakvereniging voor de kleine zelfstandig ondernemer

Het belastingkantoor (ONAT) opent haar deuren en er zijn al tientallen personen die al vanaf vroeg wach-ten. Een werkneemster geeft schreeuwend aanwijzingen in welke rij men voor welke handeling moet staan, hoewel al na een paar minuten de verwarring terugkeert. Achter een bureau, zonder een computer, schrijft een andere functionaris de details van elke te behandelen zaak op. De muur achter haar is smoezelig door de vochtigheid, de warmte is onverdraaglijk en elk moment onderbreekt iemand haar om formulieren te vragen. Een instituut dat jaarlijks voor miljoenen peso’s aan belastingen int, gaat voort met ‘voeten van klei’ (vert: zwakke basis) als gevolg van het slechte materieel en de slechte organisatie. Volle lokalen, eindeloos papierwerk en gebrek aan informatie zijn slechts enkele van de problemen die de bedrijfsvoering hinderen.

De hindernissen houden hier echter niet op. Het ontbreken van een groothandel in uiteenlopende pro-ducten remt de private sector. De inspecteurs lopen de deur plat bij cafetaria’s, restaurants en overige zelfstandige ondernemingen. Staken of welke publieke uiting, opdat men de lasten vermindert, dan ook blijven onherroepelijk verboden. Van de kleine zelfstandig ondernemers wordt verwacht dat we bijdragen aan het nationale inkomen maar niet dat we ons als burgers die opkomen voor hun rechten gedragen. De enige toegestane vakbeweging, de Arbeiders Centrale van Cuba (CTC) tracht ons in hun rigide structuren op te nemen. Maandelijkse toelagen betalen, het bijwonen van congressen die weinig bereiken, meelopen met steunbetuigingen aan diezelfde regering die duizenden werknemers ontslaat; daartoe wil men onze collectieve acties reduceren. Waarom wordt er geen eigen organisatie opgericht en gelegaliseerd, een die niet door de regering wordt bestuurd? Een beweging die niet als katrol fungeert van de macht naar de arbeiders, maar juist andersom.

Helaas vindt de meerderheid van de kleine zelfstandige ondernemers dat de onafhankelijkheid op het gebied van salaris en productiviteit niet verbonden moet zijn met de soevereiniteit van een vakbond. Velen vrezen dat bij de minste bespeuring van een eis hun vergunning wordt ingetrokken of dat er andere maatregelen tegen hen worden getroffen. En daarom zwijgen ze en accepteren de tekortkomingen van het belastingkantoor, het onvermogen om rauwe materialen uit het buitenland in te voeren, de excessen van de inspecteurs en andere dergelijke obstakels. Evenmin hebben de organisaties, die uit de burgerlijke maatschappij zijn ontstaan, het voor elkaar gekregen om de behoeftes uit deze sector te kapitaliseren en hen te helpen hen te representeren. De noodzakelijke alliantie tussen sociale groepen, die met elkaar gemeen hebben dat ze niet conform zijn en eisen stellen, is zich nog niet aan het vormen. Zo worden onze vorderingen op werkgebied uitgesteld, tussen de vrees van sommigen en de onverschilligheid van anderen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s